Sinterklaas op het dak (met video)

Sinterklaas is weer in Nederland… spannende weken voor de jonge kinderen én drukke tijden voor de leerkrachten! Om de spanning te kunnen ontladen is bewegen voor de kinderen een goede uitlaatklep. Daarom is de muziekles in deze blog voornamelijk gericht op lichamelijke activiteit. Om de werkdruk van leerkrachten te verlichten plaats ik bij deze blog een video waardoor het voorbereiden en uitvoeren van deze muziekactiviteiten een stuk makkelijker wordt. Bekijk de video op mijn You Tube-kanaal.

Doelgroep: groep 1-2 & groep 3
Doel: Aan het eind van deze les kunnen de kinderen het lied Stip Stap, wie loopt er op het dak?’zingen. Na deze les kunnen de kinderen 3 ritmes herkennen en deze in beweging uitvoeren.

Voorbereiding:
Het lied Stip Stap kunnen zingen met de 3 coupletten
De 3 ritmes van de ritmekaarten kunnen spelen op de muziekinstrumenten
De 3 ritmes kunnen meespelen tijdens het zingen van de couplettenritmekrt-groepje
Maken: ritmekaarten met achtste noten, kwartnoten en halve noot
Opzoeken: afbeeldingen of handpoppen van Sinterklaas, Zwarte Piet en het paard
Instrumenten klaarleggen:
– trommel met klopper
– klein bekken met klopper
– woodblock met klopper
Toelichting: met de trommel speel je de kwartnoten. Dit is de ritmekaart met 2 muzieknoten. In verband met de toonduur van de kwartnoot maak ik gebruik van de trommel voor de paardenvoetstappen. Op het bekken speel je de halve noot, dit is de ritmekaart met 1 muzieknoot. De halve noot heeft een relatief lange toonduur en klinkt goed uit op het bekken. Je kan ook een triangel of klankstaaf gebruiken. Hiermee beeld je de langzame voetstappen van Sinterklaas uit. De 4 achtste noten speel je snel voor de rennende Zwarte Piet. De toonduur van iedere achtste noot is kort en dat past goed bij houten slagwerk-instrumenten zoals woodblock, buistrom of claves (ritmestokjes).

Stip stap, wie loopt er op het dak?

De les voer je uit in een ruim lokaal of het kleuterspeellokaal.

De lesbeschrijving in deze blog breng ik beknopt en puntsgewijs. Voor de opdrachten, het spelen op de instrumenten en het uitvoeren van de ritmekaarten verwijs ik naar de video.

wie-loopt-er

bewegen in 3 tempi
  • Je laat de kinderen rondgaan in het (speel)lokaal terwijl je op de trommel in een looptempo speelt. Als alle kinderen met hun voetstappen de trommel goed volgen zing je een aantal keren de zin ‘stip-pe stap-pe stip-pe stap, wie loopt er op het dak?’
  • Laat de kinderen de afbeeldingen/handpoppen zien en vraag hen wie er in dit tempo op het dak zou kunnen lopen. Een eenduidig antwoord hoeft nu niet gegeven te worden. Gedurende de volgende bewegingsopdrachten komen de kinderen wel tot combinaties van beweging en persoon.
  • Je laat de kinderen opnieuw rondgaan terwijl je op het bekken 2 x zo langzaam speelt als eerst op de trommel. De kinderen vinden dit motorisch lastig dus verwacht geen vlekkeloze uitvoering van deze opdracht. Je zingt opnieuw mee, met een kleine tekst-aanpassing, ‘stip stap stip stap, wie loopt er op het dak?’
  • Je vraagt de kinderen daarna opnieuw wie er in dít tempo zou lopen. Als de meerderheid van de groep het goede antwoord al noemt, namelijk Sinterklaas, dan bevestig je dit. Is er nog veel onduidelijkheid dan brengt het 3e instrument en tempo vaak de uitkomst.
  • Voordat je de snelle achtste noten op het woodblock  laat horen veranker je nog eens het natuurlijke looptempo van de kwartnoten met de handtrom. Je herhaalt dus stap 1 van deze les.
  • Op het woodblock speel je 2 x zo vlug als op de trommel. De kinderen bewegen op een drafje mee. Je zingt nogmaals de vraag-zin ‘stip-pe stap-pe stip-pe stap, wie loopt er op het dak?’
  • De kinderen zullen dit vlotte looptempo zéker associëren met Zwarte Piet! Je zingt het lied nu in zijn geheel als bevestiging van hun antwoord, terwijl de kinderen opnieuw rondgaan. Daarna is ook duidelijk dat het tempo van de trommel bij het paard hoort en op het bekken de rustige stappen van Sinterklaas.
  • Afrondend bij deze bewegings-opdrachten laat je enkele kinderen een afbeelding/handpop kiezen en speel je op het bijbehorende instrument in het juiste tempo. Je zingt daarbij steeds de volledige liedtekst en stimuleer de kinderen om met je mee te zingen.
ritmekaarten
  • Na het ontladen van de energie in de bovenstaande bewegingsopdrachten nemen de kinderen plaats in een halve kring.
  • Je toont de kinderen de 3 ritmekaarten. Je legt uit dat de muzieknoten voetstappen weergeven.
  • Op welke kaart staan de meeste voetstappen? (ritmekaart met 4 achtste noten) Wie zet de meeste voetstappen op het dak? (Zwarte Piet) Liep hij snel, langzaam of daartussen in? (snel).
  • Dezelfde vragen stel je over de ritmekaart met de halve noot. Sinterklaas loopt minder over het dak en in een langzaam tempo.
  • Dan blijft de ritmekaart met 2 kwartnoten over voor het paard. Het paard mag niet te snel lopen omdat hij natuurlijk de Sint op zijn rug heeft.
  • Nodig de kinderen uit om nu de afbeelding-2ritmekaarten, muziekinstrumenten en handpoppen/afbeeldingen te ordenen…. zie foto….
luisterspelletjes
  • Je laat de kinderen hun ogen sluiten. Je speelt vervolgens op 1 van de instrumenten, in het bijbehorende tempo, en zing daarbij de zin ‘stip(pe) stap(pe) stip(pe) stap, wie loopt er op het dak?’
  • De kinderen geven na de luisteropdracht aan welk instrument ze hebben gehoord en bij welk personage dit hoort.
  • Haal nu de afbeeldingen/handpoppen weg. De ritmekaarten en instrumenten blijven liggen. Na de luisteropdracht kunnen de kinderen het juiste instrument aanwijzen. Weten ze ook nog bij welk personage dit hoort?
bewegen met de ritmekaarten
  • De kinderen zijn zich nu bewust van de functie van de muziekinstrumenten en de ritmekaarten bij het uitbeelden van de Sint, Piet of het paard.
  • Je herhaalt nu de laatste opdracht van het lesonderdeel ‘bewegen in 3 tempi’. Je laat een kind nu i.p.v. een handpop/afbeelding een ritmekaart kiezen en benoemen wie er over het dak loopt.
  • Jij speelt op het bijbehorende instrument in het juiste tempo. Je zingt daarbij steeds de volledige liedtekst en stimuleer de kinderen om met je mee te zingen.
extra’s

In de video leg ik uit hoe je bij de laatste opdracht ‘bewegen met ritmekaarten’ kinderen zelf op de instrumenten kan laten meespelen.

In de video geef ik tevens een alternatief voor deze muziekles om in de kring in het reguliere klaslokaal uit te voeren.

 

 

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Een WordPress.com website.

Omhoog ↑

%d bloggers liken dit: