Muziek op de boerderij

Het nieuwe schooljaar is weer begonnen. De eerste kringgesprekken gaan vanzelfsprekend over de reizen, uitstapjes en logeerpartijtjes die de kinderen in de afgelopen weken hebben gemaakt.
Het lied ‘De grassprietpolka’ gaat over Boer Bakkers boerderij (uit de bundel Kleuterwijs) en sluit aan bij de belevenissen van de kleuters op de (kinder)boerderij.

Doelgroep: groep 1 -2
Doel: aan het eind van deze les kunnen de kinderen het lied De grassprietpolka zingen. Ze kunnen dierengeluiden op verantwoorde wijze met hun stem uitbeelden. Ze kunnen de dierengeluiden uitbeelden op muziekinstrumenten. Ze letten zowel vocaal als instrumentaal op: toonsterkte, toonhoogte en tempo.

Voorbereiding:
Het lied De grassprietpolka kunnen zingen. Oefen ook het zingen van de woordvariaties ‘varken’, hond’ en ‘kippen’ i.p.v. ‘koe’.
Zoek een afbeelding van een boerderij met de bijgebouwen en diverse boerderijdieren. Dit kan zijn m.b.v. een prentenboek of afbeelding van internet weergegeven op het digibord.

Instrumenten klaarleggen*:
– 3 trommels voor de koeien
– 3 raspen voor de varkens
– 3 schellenramen voor de honden
– meerdere ritmestokjes voor alle overige kinderen waarmee zij de kippen laten horen
* deze muziekinstrumenten worden in het voorbeeld van deze les gebruikt, maak eventueel een andere keuze maar zorg ervoor dat alle kinderen tegelijkertijd een muziekinstrument in handen hebben! 

 

 

grassprietpolka.jpg-1
Luistervoorbeeld: De grassprietpolka
Dierengeluiden zingen
op de boerderij
voorbeeld boerderij-vertel-plaat

Introduceer het lied ‘De grassprietpolka’ in een kringgesprek met behulp van de afbeelding van de boerderij. Laat enkele kinderen hun ervaringen vertellen. Maak daarna een overgangetje naar je muziekles.

Zing het lied in zijn geheel aan de kinderen voor: “Op boer Bakkers boerderij stond een koe, stond een koe. En weet jij wel wat hij zei? Hij zei……..de kinderen roepen vanzelf BOE”.

Stemtechnische aandachtspunten
  • Let erop dat de kinderen hun stem goed gebruiken. Stimuleer de kinderen om de dierengeluiden te zingen i.p.v. te schreeuwen. In het geval van de koe past een lage zangstem (zie de slotnoot -d- in het notenvoorbeeld). Bij de kippen past juist een hogere zang (zing een hoge -d- i.p.v de lage -d-).
  • De meeste diergeluiden zijn goed zingbaar, maar een aandachtspunt is het geknor van de varkens. Varkens worden meestal uitgebeeld met een geluid in de keel en neus. Zangtechnisch is dit geen bevorderlijk geluid. Laat hier ook bewust de kinderen het woord ‘knor’ zingen.
Muzikale aandachtspunten

Je verwerkt enkele boerderijdieren van de afbeelding in het lied en laat de kinderen eraan wennen om de dierengeluiden te zingen.
Je breidt de opdracht uit door 2 muzikale parameters toe te voegen waarover je de kinderen laat nadenken.
Stel bij ieder dierengeluid de volgende 2 vragen:

  1. ‘klinkt het dierengeluid hard of zacht?’ (parameter toonsterkte)
  2. ‘klinkt het dierengeluid hoog of laag?’ (parameter toonhoogte)

Bespreek met de kinderen de toonsterkte en toonhoogte van de dierengeluiden en voer dit samen met hen vocaal uit binnen het lied.

Dierengeluiden op muziekinstrumenten

Na deze vocale spelvorm stap je over op het spelen van diergeluiden op  muziekinstrumenten. Beperk het aantal dieren tot bijvoorbeeld de volgende 4: koe, varken, hond en kippen.
Deel de muziekinstrumenten uit onder de kinderen:
– 3 trommels voor de koeien
– 3 raspen voor de varkens
– 3 schellenramen voor de honden
– ritmestokjes voor alle overige kinderen waarmee zij de kippen laten horen

  • Zing het lied en wijs de kinderen aan die moeten spelen. Zo wennen de kinderen aan de functie van hun instrument binnen het lied en kunnen ze experimenteren met hun instrument.
  • Je breidt de opdracht uit door 2 muzikale parameters toe te voegen waarover je de kinderen laat nadenken.
    Stel bij ieder dierengeluid de volgende 2 vragen:
    1. ‘klinkt het dierengeluid hard of zacht?’ (parameter toonsterkte, deze kennen ze vanuit het zingen)
    2. ‘klinkt het geluid langzaam of snel?’(parameter tempo!)
  • Bespreek met de kinderen de toonsterkte en het tempo van de dierengeluiden op de verschillende muziekinstrumenten. De kinderen passen dit toe bij het geluidenspel.
Geluidenspel
  • Neem de afbeelding er weer bij, goed zichtbaar voor alle kinderen.
  • Schuif met een aanwijsstokje in de afbeelding naar de koe. Laat de kinderen met de trommels met stevige en rustige slagen op de trommels spelen zolang je de koe aanwijst.
  • Schuif  van dier naar dier en laat de kinderen op hun instrumenten het dier uitbeelden, lettend op toonsterkte en tempo.
  • Wijs de kinderen erop dat ze zo precies mogelijk beginnen en eindigen met spelen zolang het aanwijsstokje op hun dier rust.
  • Tijdens het doorschuiven van de aanwijsstok naar een volgend dier is het natuurlijk… stil…..
  • Het spel wordt spannend als je een dier aanwijst waarvoor geen instrumenten in de groep zijn, bijvoorbeeld een schaap. Des te langer is het stil tijdens de route die je met je aanwijsstokje over de afbeelding maakt!

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Een WordPress.com website.

Omhoog ↑

%d bloggers liken dit: