Het ritme van de regen

Het regent dat het spat, wie niet gauw naar binnengaat wordt kletsnat! Daar hoor je het gespetter van de druppels op het dak en dat inspireert tot het spelen van ritmes. 

 

Doelgroep: groep 4

Doel: aan het eind van deze les kunnen de leerlingen het lied Het regent dat het spat zingen. De leerlingen kunnen in verschillende tempi in de maat lopen en in de maat meespelen op ritmestokjes.  De leerlingen kunnen korte ritmes naspelen met de ritmestokjes en zelf korte ritmes bedenken.

Voorbereiding:
Het lied Het regent dat het spat kunnen zingen
Oefen het spelen van korte ritmische patronen met ritmestokjes
Zorg voor ruimte in je lokaal of reserveer het kleuterspeellokaal
Instrumenten klaarleggen:
– ritmestokjes, 2 per leerling
– trommel met klopper

het regent dat het spat
Luistervoorbeeld (instrumentaal): Het regent dat het spat
Lopen in de regen

Deze muziekles geef je in een ruim lokaal of het kleuterspeellokaal. Houd de ruimte leeg en geef iedere leerling 2 ritmestokjes.
Uit de liedbundel ‘Ding-Dong’ komt het lied ‘Het regent dat het spat’.

  • Zing het lied en laat de leerlingen vrij rondlopen in het lokaal.
  • Begeleid het lopen op een trommel met een lekker looptempo. De leerlingen lopen in de maat mee op de trommelslagen en tikken met hun ritmestokjes in het tempo mee. Dat ondersteunt hun maatgevoel tijdens het lopen.
  • Vertel de leerlingen dat ze bij het woordje ‘binnen’ stilstaan en met de 2 ritmestokjes een dak boven hun hoofd uitbeelden.
  • Herhaal deze werkvorm meerdere keren en voer het tempo steeds een beetje op. De leerlingen worden zo uitgedaagd om aandachtiger te luisteren naar het gezongen lied totdat het woordje ‘binnen’ langskomt. Maak er eventueel een afvalrace van: wie ‘te laat binnen is’, dus niet op tijd stilstaat, is af en gaat lang de kant zitten.
Zingen afwisselen met ritmes
  • Nadat de leerlingen hun energie kwijt zijn met het rondlopen tijdens het lied en daarbij het lied vaak hebben gehoord laat je ze in een kring op de grond zitten (in het kleuterspeellokaal) of weer plaatsnemen aan hun tafel.
    Laat de leerlingen hun ritmestokjes achter hun rug leggen (in het kleuterspeellokaal) of onder hun stoel.
  • Zing het lied nu met de leerlingen samen. Oefen eventueel nog op de tekst of melodie.
  • Als de leerlingen het lied goed zelfstandig kunnen zingen kunnen ze tijdens het zingen ook weer in de maat meetikken met hun ritmestokjes tegen elkaar. Bij het woordje ‘binnen’ houden ze de stokjes weer boven hun hoofd en is het dus vanzelf stil geworden.
    NB: laat de leerlingen hun stoel iets naar achteren schuiven zodat hun armen vrij zijn van de tafel.
  • Dit is hét moment om de luisterconcentratie vast te houden!
  • Vertel de leerlingen dat ze de druppels van de regen op het dak kunnen horen tikken en tik zelf met 2 ritmestokjes tegen elkaar een kort ritmisch patroon van 5 tikjes:rain
    kort, kort, kort, kort, lang—

    begeleid dat met het woordritme
    rik  –  ke-    tik  –  ke  –  tik—
    Dit woordritme vind je terug in het liedje ‘rikketikketik het regent’ (zie de les ‘Het regent, het regent’ bij groep 1-2).
  • Tel in de maat tot 2 en laat de leerlingen het ritme klassikaal naspelen met de stokjes tegen elkaar.
  • Herhaal dit ritme een aantal keer met de leerlingen totdat het mooi gelijk klinkt. Laat de leerlingen ook het woordritme erbij uitspreken als hulpmiddel.
  • Als dit eerste ritme goed wordt uitgevoerd door de leerlingen zing je opnieuw met hen het lied en laat hen tijdens het zingen ook weer in de maat meespelen met hun ritmestokjes tegen elkaar. Na het woordje ‘binnen’ is het weer stil met met de stokjes boven het hoofd. En als het lied is uitgezongen laat je een nieuw ritme horen. Bijvoorbeeld:
    lang—, lang—, kort, kort, lang—
    begeleid dat met het woordritme
    rik —     tik—    rik   –  ke-    tik—
  • Tel weer af tot 2 en laat de leerlingen dit ritme klassikaal naspelen met de stokjes tegen elkaar. Herhaal tot het mooi gelijk klinkt. Laat de leerlingen ook het woordritme erbij uitspreken als hulpmiddel.
  • Zo kan je zelf meerdere korte ritmische patronen vooraf bedenken en in de muziekles met de leerlingen uitvoeren.
  • Laat vervolgens enkele leerlingen zelf een ritmisch patroon zeggen en spelen voor de groep. Als het goed gaat kunnen de leerlingen steeds sneller en makkelijker de patroontjes naspelen.
  • board-973989_1920.jpgIn je hierop volgende muzieklessen kan je het spelen van korte ritmes m.b.v. woordritmes herhalen. Streef ernaar dat de luisterconcentratie en de motoriek van de leerlingen zó goed wordt dat ze geen woordritmes meer nodig hebben om ritmes te bedenken en na te spelen…

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Een WordPress.com website.

Omhoog ↑

%d bloggers liken dit: