De tijd gaat snel

Voor jonge kinderen is tijd een tijdloos begrip. De jongste kleuters kunnen in taal slecht uitdrukken of iets in het verleden plaats vond of nog zal gaan gebeuren. ‘Ik ging’ gebruiken ze net zo makkelijk voor gisteren als voor morgen. Langzaam aan komt het besef van gisteren, vandaag en morgen. En dat de klok daarbij een belangrijk hulpmiddel is.

Doelgroep: groep 1 – 2
Doel: aan het eind van deze les kunnen de kinderen Het Klokkenlied zingen. De kinderen kunnen het verschil in toonduur tijdens het lopen weergeven. De kinderen kunnen op bekkens en woodblocks woordritmes meespelen als liedbegeleiding.
Extra: de kinderen weten dat
 de dagelijkse routines door de klok aangegeven wordt

Voorbereiding:
– Het Klokkenlied kunnen zingen
– Ruimte in het kleuterspeellokaal regelen
– 3 dobbelstenen
– Extra: een boekje of website over klokkijken voor jonge kinderen opzoeken

Instrumenten klaarleggen:
– 4 woodblocks met houten kloppers
– 4 klein bekken met rubberen kloppers

 

Het Klokkenlied

Bim bam, tik tak tik.klokkenlied

Zo doet de klok

En zo doe ik.

Bim bam, tik tak

Tekst en muziek: Jill Stolk / Uit: Kleuterwijs

 

Lopen op het woordritme

Muziek en beweging horen bij elkaar bij jonge kinderen. De bewegingsdrang is groot en in hun lijf voelen ze de muziek. Begin daarom bij het aanleren van muzikale vaardigheden het liefst met bewegingsopdrachten.

De les voer je uit in het kleuterspeellokaal of een ander ruim lokaal.

  • Speel het woordritme ‘tik tak’ op het woodblock. Spreek de woorden ‘tik tak’ uit terwijl je speelt. Geef de kinderen de opdracht om mee te lopen op het ritme van de woorden.
  • Neem het kleine bekken en bespeel deze met een rubberen klopper. Speel het woordritme ‘bim bam’ zoals deze in het lied worden gezongen. Deze woorden duren 2 x zo lang als de woorden ‘tik tak’. Geef de kinderen de opdracht om mee te lopen op het ritme van de woorden. Tip: laat de kinderen hun stappen wat groter maken, dat helpt hen om langzamer te kunnen lopen.
  • Speel vervolgens afwisselend op het bekken en het woodblock: het bekken hangt aan je hand en het woodblock leg je in de handpalm van deze hand. In je andere hand houdt je de beide kloppers vast: de rubberen klopper aan het eind van het stokje en de houten klopper halverwege het stokje. Zo kan je met de rubberen klopper op het bekken slaan zonder dat je last hebt van de houten klopper. En het woodblock kan je goed bespelen door de houten klopper halverwege vast te houden.
  • Zing het Klokkenlied en speel het woordritme ‘bim, bam, tik, tak ,tik’ mee op het bekken en het woodblock. Geef de kinderen de opdracht om mee te lopen op het ritme van de woorden. Dit is een uitdaging voor jonge kinderen omdat ze motorisch snel moeten overschakelen van langzaam (2 stappen ‘bim, bam’) naar snel (3 stappen ‘tik, tak, tik’). Bij de zin ‘zo doet de klok en zo doe ik’ staan de kinderen stil. Laat hen leuke armbewegingen bedenken bij deze tekst. Vervolgens speel je op bekken en woodblock het woordritme ‘bim, bam, tik, tak’ en lopen de kinderen weer mee op het woordritme.

Spelen op instrumenten

Na deze bewegingsactiviteit laat je de kinderen zelf spelen bekkens en woodblocks. Geef maximaal 4 kinderen een bekken en 4 kinderen een woodblock. Zo kan je letten op het gelijktijdig en precies uitvoeren van het ritme. De instrumenten laat je na iedere speelopdracht doorgeven zodat alle kinderen op een instrument hebben gespeeld.

  • Bij de eerste speelopdracht krijgen de kinderen de gelegenheid om te
    2051795589_2be7787a37_q
    belklok

    experimenteren op de instrumenten.

  • Laat de kinderen een plaatje van een belklok zien.  De kinderen met het bekken spelen langzame slagen op het instrument. Ter ondersteuning zing je met de rest van de groep ‘bim bam’.
  • Laat de kinderen een plaatje van een torenklok zien. De kinderen met het woodblock spelen in het tempo van het woordritme in het Klokkenlied op het instrument. Ter ondersteuning zing je met de rest van de groep ‘tik, tak’.

    Clock Tower
    torenklok
  • Wissel de plaatjes enkele keren af.

 

  • Bij de tweede speelopdracht gebruik je twee dobbelstenen.
  • Laat één van de kinderen een dobbelsteen gooien. Het aantal ogen geeft aan hoeveel slagen de kinderen op het bekken zullen spelen. Ter ondersteuning zing je met de rest van de groep ‘bim bam’.
  • Laat een ander kind de andere dobbelsteen gooien. Het aantal ogen geeft aan hoeveel slagen de kinderen op het woodblock zullen spelen. Ter ondersteuning zing je met de rest van de groep ‘tik, tak’.
  • Herhaal deze opdracht een aantal keren.
  • Bij de derde speelopdracht maak je nogmaals gebruik van de dobbelstenen.
  • Zing het Klokkenlied voor aan de kinderen. Vraag ze te luisteren naar het aantal woordjes ‘bim, bam’ in de 1e zin en geef ze de opdracht de woordjes mee te tellen op hun vingers (‘bim, bam’ = 2 vingers).
  • Geef 1 van de kinderen een dobbelsteen met de opdracht de goede kant van de dobbelsteen boven te leggen zodat de kinderen met het bekken zien dat ze 2 slagen op hun instrument moeten geven. Oefen dit met de kinderen en zing ter ondersteuning met de rest van de groep ‘bim bam’.
  • Zing het Klokkenlied opnieuw voor aan de kinderen. Vraag ze te luisteren naar het aantal woordjes ‘tik, tak’ in de 1e zin en geef ze de opdracht de woordjes mee te tellen op hun vingers (‘tik, tak, tik’ = 3 vingers).
  • Geef 1 van de kinderen een dobbelsteen met de opdracht de goede kant van de dobbelsteen boven te leggen zodat de kinderen met het woodblock zien dat ze 3 slagen op hun instrument moeten geven. Oefen dit met de kinderen en zing ter ondersteuning met de rest van de groep ‘tik, tak, tik’.
  • Zing het Klokkenlied nogmaals voor aan de kinderen. Vraag ze te luisteren naar het aantal woordjes ‘bim, bam’ in de 3e zin en geef ze de opdracht de woordjes mee te tellen op hun vingers (‘bim, bam’ = 2 vingers).
  • Zing het Klokkenlied opnieuw voor aan de kinderen. Vraag ze te luisteren naar het aantal woordjes ‘tik, tak’ in de 3e zin en geef ze de opdracht de woordjes mee te tellen op hun vingers (‘tik, tak’ = 2 vingers!).
  • Geef 1 van de kinderen de 3e dobbelsteen met de opdracht de goede kant van de dobbelsteen boven te leggen zodat de kinderen met het woodblock zien dat ze 2 slagen op hun instrument moeten geven aan het eind van het lied. Oefen dit met de kinderen en zing ter ondersteuning met de rest van de groep ‘tik, tak’.
  • Zing tenslotte met de groep het hele lied en geef daarbij duidelijk aan dat de kinderen op muziekinstrumenten meespelen bij de woorden ‘bim, bam’  en ‘tik, tak, (tik)’. Bij de zin ‘zo doet de klok en zo doe ik’ voeren de kinderen dei geen instrument vasthouden de armbewegingen uit die ze eerder in de les bedacht hadden bij deze tekst.

Extra: de dag rond

Het ‘Klokkenlied’ kan als omlijsting van het dagritme van de kinderen gebruikt worden. Aan de hand van een boek of website over klokkijken voor jonge kinderen praat je met hen over de handeling die bij het uur van de dag hoort zoals: 7 uur – opstaan, 8 uur – aankleden, 9 uur – op school zijn enz.
Steeds als het liedje één keer is gezongen, op muziekinstrumenten meegespeeld en uitgebeeld kijken je met de kinderen in het boek of op het digibord. De kinderen die al kunnen klokkijken wordt gevraagd hoe laat het is. In een kringgesprek bespreek je welke dagelijkse routine bij dat tijdstip hoort.

Het gelijktijdig en precies meespelen van het woordritme op bekkens en woodblocks vergt de nodige concentratie! De afwisseling met het boekje zorgt ervoor dat de kinderen die concentratie telkens weer kunnen opbrengen.

 

3 gedachten over “De tijd gaat snel

Voeg uw reactie toe

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s

Een WordPress.com website.

Omhoog ↑

%d bloggers liken dit: