Halloween bij Heks Karoetsie

Halloween staat weer voor de deur, letterlijk en figuurlijk. De tijd van heksenliedjes en spannende geluiden. In deze les maken de kinderen van groep 4 of 5 met muziekinstrumenten een spannend klankspel rondom het lied Heks Karoetsie. Dit kan ook toegepast worden bij ieder ander lied over heksen.

Doelgroep: groep 4 & groep 5
Doel: aan het eind van deze les kunnen de leerlingen met gebruik van diverse muziekinstrumenten een klankspel uitvoeren waarin zij de geluiden in de hut van Heks Karoetsie laten horen. Zij letten daarbij op het effect van lange en korte klanken, van harde en zachte geluiden en veel of weinig geluiden tegelijkertijd.

Voorbereiding:
Het lied Heks Karoetsie aanleren aan de klas (of een willekeurig ander heksenlied met de  klas kunnen zingen).
Afbeelding van een spannend (heksen)bos opzoeken.
Afbeelding van een heks in haar heksenhut opzoeken
Instrumenten klaarleggen:
– een dubbele set van 8 verschillende instrumenten zoals:
– trommel, triangel, bekken, klokkenspel, schellenraam, claves, woodblock, buistrom enz.

Heks Karoetsie – luistervoorbeeld

Knipsel introductieplaatOki doki poki poetsie,
dit is het bos van heks Karoetsie,
niemand durft hier te lopen,
want ik schimmel hem in met snopen.
Krijkel dijkel dokel doets,
wee die hier komt die bak ik een poets.

Voorbereiden klankspel

Vertel de leerlingen dat ze een spannend bos gaan uitbeelden in geluid. Dit mag vocaal zijn, met bodypercussion of met materialen op hun tafel.
Geef met een gebaar aan dat de leerlingen klassikaal hun geluiden laten horen. En maak ook met een gebaar duidelijk dat het weer stil is.

Nabespreken:

  1. Welke geluiden klinken de hele tijd [lange klanken]? (blaadjes, wind enz). Wie maakte zo’n geluid? Klinkt dat hard of zacht?
  2. Welke geluiden klinken soms [korte klanken]? (roep uil, krakende tak enz). Wie maakte zo’n geluid? Klinkt dat hard of zacht?
  3. Wat maakt de muziek spannend: veel geluiden door elkaar of weinig geluiden met meer stiltes ertussen?

Geef de helft van de groep de opdracht om opnieuw hun geluiden als klankspel te laten horen. Geef aan dat ze daarbij letten op het effect van lange en korte klanken, van harde en zachte geluiden en veel of weinig geluiden tegelijkertijd.
Vraag de andere leerlingen om feedback te geven op wat ze horen.

Wissel van beurt.

Instrumentaal klankspel

Op het bord laat je een afbeelding zien van een heks in haar heksenhut.

Voorbeeld praatplaat heksen
Voorbeeld vertelplaat heksenhut

Vertel de leerlingen dat ze een klankspel gaan maken waarbij ze de geluiden binnenin de heksenhut met muziekinstrumenten gaan laten horen.
De muziekinstrumenten die de leerlingen kunnen gebruiken laat je even zien en horen. Maak daarbij variaties zoals: op de trommel slaan met een klopper, over de trommel wrijven met een klopper, op de trommel slaan met je hand of de vingers, over de trommel wrijven met je hand of de vingers.
Laat op alle instrumenten zoveel mogelijk variaties zien en horen. De leerlingen kunnen/mogen meedenken!

Maak groepjes van 5 of 6 leerlingen. Geef ieder groepjes een letter vanaf B ( C, D, E enz.). Letter A gebruik je bij de presentatie voor het zingen van het lied (zie hieronder).
Geef de groepjes de opdracht om te bespreken welke geluiden van de afbeelding ze gaan laten horen en op welk instrument.
Geef de leerlingen voor hun klankspel de volgende aandachtspunten mee:

  • lang – kort geluid
  • hard – zacht geluid
  • veel – weinig geluid

NB: de leerlingen bespreken wat ze gaan doen maar spelen daarbij (nog) niet op de instrumenten.
Geef 2 groepjes de tijd om te oefenen op de instrumenten. De groepjes die nog niet kunnen oefenen maken een tekening van de heksenhut-geluiden die zij in hun klankspel laten horen.
Zorg dat alle groepjes afwisselend op de instrumenten hebben kunnen oefenen.
Groepjes die geoefend hebben gaan ook een tekening maken

Presentatie

De klankspelen worden gepresenteerd in combinatie met het lied. Hiervoor gebruik je de Rondo-vorm: A – B – A – C – A – D – A – E – A enz. (eindig met A!).
A = lied zingen
B = klankspel groepje B
A = lied zingen
C = klankspel groepje C
A = lied zingen
Enz.

Verhaaltje eromheen vertellen om het tot 1 geheel te maken: ‘we lopen door het bos [zingen Heks Karoetsie] en kijken naar binnen in de heksenhut [klankspel groepje B]. We lopen weer verder door het bos [zingen Heks Karoetsie] en zien nóg een heksenhut…. [klankspel groepje C]’.

  • Groepjes B & C pakken vóór aanvang van de presentaties  hun instrumenten.
  • Halverwege de presentaties geef je groepjes B & C de opdracht hun instrumenten weer terug te leggen voorin de klas.
  • Groepjes D & E kunnen nu hun instrumenten pakken.
  • Ga verder met de presentaties.
  • Laat groepjes D & E hun instrumenten weer terug te leggen voorin de klas.
  • De volgende groep(jes) kunnen nu hun instrumenten pakken.
  • Ga verder met de presentaties.
  • Sluit de presentaties af met het zingen van het lied.

Veel plezier!!

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Een WordPress.com website.

Omhoog ↑

%d bloggers liken dit: