Winter, bibber bibber

Het is winter!  Doe een jas aan en een sjaal om en pak je wanten en een muts.
In deze les leren de kinderen het lied ‘Het is winter, bibber, bibber’ zingen. Op muziekinstrumenten spelen ze korte ritmische zinnetjes van het lied mee.

Doelgroep: groep 1 t/m 4
Doel: aan het eind van deze les kunnen de kinderen het lied ‘Het is winter, bibber, bibber’ zingen. De kinderen maken passende bewegingen om de tekst van het lied uit te beelden.
De kinderen kunnen op een muziekinstrument ritmisch zinnetjes van het lied meespelen.

Voorbereiding:
– Het lied ‘Het is winter, bibber, bibber kunnen zingen
– Afbeeldingen van een winterjas, muts, sjaal en wanten opzoeken

claves
1 set claves

Instrumenten klaarleggen:
– Trommel met vilten of rubberen klopper
Rasp met houten klopper
–  Triangel met metalen slagstokje
–  1 set claves
In een grotere groep is het handig om ieder muziekinstrument dubbel te hebben zodat er meerdere kinderen tegelijk kunnen spelen. 

 

Het lied: luisteren, bewegen & zingen

Winter bibber bibber 

Via: www.moetjedoen.nu – proeflessen
Luistervoorbeeld 

Laat het lied aan de kinderen horen en stel vragen over de tekst. Bijvoorbeeld: ‘welke kledingstukken hoor je in dit lied?’ of ‘welk woord hoor je heel vaak’. Geef de kinderen luisteropdrachten zoals: ‘tel het aantal keer dat je het woord bibber hoort’ of ‘laat zien dat je een jas, muts, sjaal en wanten aan hebt*’.
* Passende bewegingen die je samen met de kinderen maakt zijn:

  • ‘doe je jas aan’         = de armen om jezelf heen slaan
  • ‘zet je muts op’        = je handen op je hoofd leggen
  • ‘doe je sjaal om’      = je handen in om je nek/hals leggen
  • ‘en je wanten aan’  = 3 klappen in de handen op het woordritme ‘wan-ten aan’

Als je daarvoor de ruimte hebt kan je de kinderen een ‘winter-wandeling’ (door het lokaal of in de kleuterspeelzaal) laten maken. Bij het woord ‘koud’ in maat 4 staan de kinderen stil en voeren ze bovenstaande bewegingen uit. Daarna lopen de kinderen verder tot het lied klaar is.

Aanvullend: bewegingsspel
[voor groep 3 & 4]

  • Laat de kinderen duo’s vormen. Van ieder duo blijft 1 kind staan en het andere kind neemt plaats aan zijn/haar tafel of langs de kant (in de speelzaal). De kinderen die staan geef je de opdracht om rond te lopen tijdens de eerste 4 maten van het lied. Bij het woord ‘koud’ staan ze stil en ze bevriezen daarbij in 1 van de boven beschreven bewegingen. Een kind kan dus als een bevroren standbeeld stilstaan met de handen op het hoofd zoals bij de tekst ‘zet je muts op’.
  • Geef de andere kinderen de opdracht ombibberen shutterstock public domain photo's
    tegenover zijn/haar duo te gaan staan en de houding over te nemen. Terwijl de kinderen de houding van het standbeeld overnemen zing  je het deel van het liedje dat gaat over jas, muts, sjaal en wanten (maat 5 t/m 8).
  • Als ieder kind de houding van het standbeeld heeft overgenomen vraag je de kinderen het eind van het lied met je mee te zingen (maat 9 t/m 12).
  • De kinderen wisselen van beurt en herhaal deze activiteit. Spoor de kinderen aan steeds meer mee te zingen.

Jas, muts, sjaal en wanten
[voor groep 1-2]

Als de kinderen het lied  meerdere keren hebben gehoord zullen ze de zin ‘het is winter, bibber bibber, en ik bibber, bibber bibber, want buiten is het koud’ al kunnen meezingen. Maar in welke volgorde gingen ze zich nou aankleden? Laat de kinderen afbeeldingen van een jas, muts, sjaal en wanten -in een willekeurige volgorde!- zien. Geef enkele kinderen de beurt om de plaatjes in de goede volgorde te leggen tijdens het zingen van het lied. Stimuleer de kinderen om steeds meer mee te zingen.

Spelen: woordritme & zinnetjes

Laat bij ieder plaatje een muziekinstrument zien en horen:

  • Jas – 1 slag op de trommel [de jas is het grootste kledingstuk en krijgt dus het ‘grootste’ geluid]
  • Muts – 1 ‘veeg’ over de rasp [door het langere geluid: de beweging van de muts die je over je haren trekt]
  • Sjaal – 1 tik op de triangel [met 1 tik klinkt een lang geluid net zoals een sjaal heel lang is]
  • Wanten – 2 tikjes op de claves [de 2 zachte tikjes beelden het klappen in de handen-met-wanten uit]

Geef de instrumenten aan enkele kinderen en vraag ze goed te onthouden bij welk plaatje hun instrument hoort. Leg uit dat deze kinderen tijdens het lied het zinnetje bij hun plaatje meespelen op hun instrument. Bijvoorbeeld: op de rasp meespelen ‘zet je muts op, bibber bibber’.
De kinderen zonder instrument zingen samen met jou het hele lied. De instrumenten worden na afloop van het liedje doorgegeven aan andere kinderen. Herhaal het lied en het spelen op de instrumenten.

Aanvullende activiteiten

  • De kinderen zonder muziekinstrument trommelen de woorden ‘bibber bibber’ mee op de bovenbenen en geven een klap in hun handen bij het woord ‘koud’.
  • Je kan in groep 1-2 extra uitdaging creëren door de volgorde van de plaatjes te verwisselen! Het plaatje van de wanten blijft altijd op zijn plaats liggen omdat dit qua ritme van het zinnetje niet inwisselbaar is voor de andere zinnetjes!
  • In groep 3 & 4 prikkel je de concentratie van de kinderen met de opdracht om de woorden jas, muts, sjaal en wanten niet meer hardop mee te zingen in het lied maar alleen het woordritme te spelen op de muziekinstrumenten. Bijvoorbeeld: ‘doe je …instrument speelt*… aan, bibber bibber’).
    * Zie ook de introductie van de instrumenten hierboven: 1 slag op trommel, rasp en triangel en 2 slagen met de claves.

 

 

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Een WordPress.com website.

Omhoog ↑

%d bloggers liken dit: