Sonata Muziekonderwijs

Lestip 5: Help! Alle staafjes liggen door elkaar!

Daar sta je dan. Alle staafjes van het klokkenspel liggen los in de instrumentenkast. Hoe krijg je ze weer snel op volgorde in het instrument?

Ben je niet thuis in de taal van muziek? Onthoud dan dat ieder staafje een letter heeft. De letters zijn de notennamen van de muzieknoten. Gelukkig zijn het er maar zeven: A, B, C, D, E , F en G. Jammer genoeg liggen de staafjes niet op deze volgorde in het klokkenspel.

De volgorde: begin met de C – staaf.
  • Staafinstrumenten zoals het klokkenspel en de xylofoon (en ook de metallofoon) beginnen (bijna) altijd met de grote C – staaf.
  • Vanaf deze C -staaf volg je het alfabet: C – D* – E* – F* – G.
    * de grote staven met deze letters.
  • Daarna komen de staafjes: A – B.
  • Vervolgens leg je de kleine C -staaf erin en vul je het instrument aan met de kleine staafjes D – E – F.
Alternatieve staven

Kruis en Mol

Bij sommige klokkenspelen zitten extra staafjes:
– Een F-staaf met een ‘hashtag’ ernaast.
– Een B-staaf met een kleine ‘b’ ernaast.

De ‘hashtag’ heet in de muzieknotatie ‘het kruis’. Om aan te geven dat er een kruis bij de noot F staat, noemen we de toon Fis (spreek uit: fies).
Een kruis bij een noot verhoogt de klank van de toon met een halve toonafstand. De toon Fis klinkt dus een beetje hoger dan de toon F. Maar natuurlijk ook weer niet zo hoog als de toon G.

De kleine ‘b’ heet in de muzieknotatie ‘de mol’. Om aan te geven dat er een mol bij de noot B staat, noemen we de toon Bes.
Een mol bij een noot verlaagt de klank van de toon met een halve toonafstand. De toon Bes klinkt dus een beetje lager dan de toon B. Maar natuurlijk ook weer niet zo laag als de toon A.

Of je een Fis- of Bes-staaf moet gebruiken in het klokkenspel hangt af van de toonsoort. Over het algemeen gebruik je deze staven niet. Bewaar deze staven in een bakje of zakje apart van de klokkenspelen. Zo voorkom je dat je ze verwart met de gewone F- en B-staaf en deze afwijkende toonhoogten in het klokkenspel plaatst.

De H-staaf

Soms kom je tussen alle staafjes een H-staaf tegen en geen B-staaf.
De B in Nederland heet H in Duitsland. Waarom is dat?
De verklaring is te vinden in de geschiedenis van het notenschrift.

Guido van Arezzo (991 – 1033) was een Italiaanse benedictijner monnik die wordt beschouwd als een van de belangrijkste grondleggers van de muzieknotatie. Hij merkte op dat zangers moeite hadden met het onthouden van toonhoogten in de Gregoriaanse gezangen. Hij ging op zoek naar een eenvoudiger notatiesysteem, met balk en noten, dat het mogelijk maakte de gezangen veel sneller te leren. 

Binnen dit kader voert het te ver om nader uit te leggen hoe Guido van Arezzo dan op de notennaam H is uitgekomen. Lees hierover meer op Wikipedia

Wat wel handig is om te onthouden: als je een H- én een B-staaf tegenkomt, dan is de H dus ‘onze’ normale B. En de toon B staat voor de toon Bes in het Duitse notennamen-systeem.

Lees ook: