Sonata Muziekonderwijs

Lestip 11: Hoog en laag | Verschil in zien en horen

Hoog en laag in muziek is voor jonge kinderen een verwarrend begrip. Ze koppelen de begrippen hoog en laag aan wat ze zien, in plaats van wat ze horen. Zo zullen veel kinderen op de vraag welk staaf op een klokkenspel ‘laag’ is het kleinste staafje aanwijzen, terwijl deze het hoogste klinkt! Hoe leg je dit aan de kinderen uit? Dat lees je in deze blog.

Daar zit je, met een klokkenspel op schoot voor je groep. Je les van vandaag gaat over toonhoogte. Je speelt op de grootste staaf van het klokkenspel en je vraagt aan de kinderen of ze bij deze klank hoog reiken of juist bukken naar de grond. Je hoort zelf de lage klank van deze grootste staaf. Maar wat zie je? De kinderen maken zich unaniem helemaal lang! Verbaasd vraag je aan de kinderen waarom ze deze beweging vinden passen bij wat je speelde. De kinderen zeggen: Je speelde op de hoogste staaf, dus maken we ons ‘hoog’.

Nu begint het kwartje te vallen! In de woordenschat van de kinderen worden de begrippen hoog en groot door elkaar toegepast. Zo ook de woorden laag en klein. Deze synoniemen zijn prima toe te passen op wat je kunt waarnemen met je ogen. Maar gaat het over wat je hoort, dan komen de woorden hoog en laag niet meer overeen met wat je ziet.

Ook al maak je de vraag specifieker door te zeggen ‘welke staaf klinkt laag’ dan nog zullen de kinderen vaak afgaan op de waarneming met hun ogen en het kleinste (hoogst klinkende) staafje aanwijzen.

Omhoog | omlaag

Je kunt de kinderen het hoog-en-laag in muziek leren onderscheiden door ze eerst bewust te laten worden van een omhoog– of omlaaggaande beweging, gekoppeld aan geluid. Plaats je klokkenspel met de grootste staaf naar beneden. Zet je klopper op de grootste staaf en beweeg de klopper van laag naar hoog en weer terug. Vraag de kinderen met je mee te bewegen. Zonder verdere uitleg zullen ze zich nu eerst klein maken, uitrekken en weer klein maken.
Koppel deze beweeg- en luisteropdracht aan een thema. Bijvoorbeeld: Lentebolletjes uit de grond of Het geheim van de Paashaas [ zie Shop].

Nadat de kinderen omhoog en omlaag hebben bewogen terwijl ze naar het klokkenspel mochten kijken, laat je de kinderen met de rug naar je toe staan. Speel afwisselend van laag naar hoog of van hoog naar laag. Herkennen de kinderen het geluid en bewegen ze op de juiste manier mee?

Hoog | laag

Wanneer je merkt dat de kinderen het geluid van omhoog | omlaag goed herkennen, ga je deze klankenreeksen ook zo benoemen: ik speel omhoog en nu speel ik omlaag. Vervolgens is het een eenvoudige stap om de grootste en de kleinste staaf als laag of hoog te benoemen. Tip: plaats daarbij nog steeds het klokkenspel, zichtbaar voor de kinderen, met de grootste staaf naar beneden (zie foto).

Tenslotte kan je luisteropdrachtjes geven waarbij je alleen de grootste of de kleinste staaf aanslaat. Dit keer zullen de kinderen hoog reiken bij het geluid van het kleinste staafje en weer bukken naar de grond bij het geluid van de grootste staaf.

Wat je ziet, is niet wat je hoort!
Plaats het klokkenspel met de grootste staaf naar beneden