Sonata Muziekonderwijs

inzetgebaar samen zingen spelen

Lestip 4: Samen beginnen met zingen

Je zingt een stukje van een lied voor en geeft aan dat de kinderen dit nazingen. De kinderen zetten ongelijk in met zingen. Of je klapt een ritme voor en verwacht van de kinderen dat ze dit aansluitend na zullen klappen. Je hoort een ruis aan geklap waar je enigszins het ritme wel in herkend. Hoe los je dit op?

Natuurlijk kan je aftellen: ‘1, 2, 3, 4….’ Dat is een optie als je de kinderen daarmee ‘aan’ zet om een muziekstuk te spelen. Bij een oefening met voor- en naklappen, of nazingen, onderbreekt het tellen de flow van de opdracht. Met een handgebaar de beurt overgeven aan de kinderen is fijner.

Het inzetgebaar

Je zal vast wel een eigen gebaar hebben waarmee je de beurt aan de kinderen geeft. Maar je merkt dat de groep dit gebaar niet oppikt. Waar zit ém de kneep?
Om dat uit te leggen vraag ik je om de volgende oefeningen met je groep te doen. Dit kan binnen maar is ook leuk om buiten op het schoolplein te doen.

Wat heb je nodig? Een bal! Dit kan een tennisbal zijn, dat is handig voor binnen. Of een gewone grote bal voor buiten.

Oefeningen met een bal

De oefeningen zijn geschreven om binnen uit te voeren met een tennisbal op het tafelblad. Doe je de oefening buiten met een grotere bal? Hou de bal met 2 handen vast zodat je deze kan laten vallen of juist in de lucht kan gooien.

Oefening 1

  • Geef de kinderen de instructie om hun stoel iets naar achteren te schuiven zodat zij niet met de ellebogen op de tafel rusten.
  • Neem de tennisbal in je hand en houd deze boven een tafelblad.
    Vertel de kinderen dat je de bal los zal laten en dat zij 1 klap in hun handen geven zodra de bal het tafelblad raakt.
  • Wacht even op ieders aandacht.
    Laat de bal, zonder enige aankondiging of extra beweging, uit je hand vallen.
  • Wat hoor je?
    De kinderen geven niet allemaal op hetzelfde moment een klap in hun handen.
    Waardoor komt dit?
    Het is voor de kinderen niet in te schatten op welk moment jij de bal loslaat, met welke snelheid de bal valt en op welk moment de bal de tafel raakt.
  • Deze opdracht kan je nog enkele keren herhalen.

Oefening 2

  • Geef de kinderen de instructie om hun stoel iets naar achteren te schuiven zodat zij niet met de ellebogen op de tafel rusten.
  • Neem de tennisbal in je hand en houd deze boven een tafelblad.
    Vertel de kinderen dat je de bal los zal laten en dat zij 1 klap in hun handen geven zodra de bal het tafelblad raakt.
  • Wacht even op ieders aandacht.
    Gooi dit keer de bal een klein stukje in de lucht en laat hem op de tafel stuiten.
  • Wat hoor je?
    De kinderen geven, nagenoeg gelijktijdig, een klap in hun handen.
    Waardoor komt dit?
    De kinderen kunnen vanaf het punt dat de bal van de opwaartse beweging naar beneden gaat, inschatten op welk moment de bal de tafel raakt.
  • Deze opdracht kan je nog enkele keren herhalen.
    De kinderen zullen uiteindelijk geheel gelijktijdig de klap geven.
Wat betekent dit voor het inzetgebaar?

Wat je van deze oefeningen met de bal leert is dat het inzetgebaar uit 2 bewegingen bestaat:

  1. Je beweegt je hand omhoog in het tempo waarin je de kinderen wil laten zingen, klappen of spelen.
  2. Laat als het ware je hand naar beneden ‘vallen’ en stop deze neerwaartse beweging abrupt op een denkbeeldig tafelblad.

De opwaartse beweging van je hand is hierbij het meest belangrijk. Als vanzelf zal je bij deze beweging inademen en de kinderen doen dat met je mee. Deze beweging bereidt de kinderen voor op het moment van inzetten. Beweeg je in een langzaam tempo je hand omhoog dan is de verwachting dat het tempo van spelen of zingen in dat tempo moet worden uitgevoerd. Geef je het inzetgebaar in een pittige beweging dan zullen de kinderen in een vlot tempo beginnen met zingen of spelen.

Lees ook: