Sonata Muziekonderwijs

Spinnetje Kruis

In de herfst is in de onderbouwgroepen het knutselen van spinnenwebben met wollen draden een favoriete opdracht. In deze muziekles gebruik je de wollen draden om de toonduur van muziekinstrumenten weer te geven.

Doelgroep: groep 3
Thema: Herfst; spinnen & spinnenweb.
Doel: aan het eind van deze les kunnen de kinderen het lied Spinnetje Kruis zingen. De kinderen kunnen de toonduur van diverse muziekinstrumenten in een loopafstand weergeven. De kinderen kunnen de toonduur van diverse instrumenten visueel weergeven met draden. De kinderen kunnen een compositie met lange en korte tonen instrumentaal uitvoeren.
Voorbereiding:
1. Het lied Spinnetje Kruis kunnen zingen (maak gebruik van het luistervoorbeeld onder het lied).
2. Het versje ‘De spin Sebastiaan’ van Annie M. G. Schmidt opzoeken.
3. Een knot wol en een schaar klaarleggen.
4. Zorg voor ruimte in je lokaal of reserveer het kleuterspeellokaal.
5. Instrumenten klaarleggen:
– 2 muziekinstrumenten; maak daarbij de keuze uit:
a. een lang klinkend instrument: triangel of bekken
b. een middellang klinkend instrument: klankstaaf of klokkenspel
(NB: claves of woodblock worden in de les niet gebruikt vanwege hun extreem korte toonduur)

Intro
  • Introduceer het thema met het versje ‘De spin Sebastiaan’ van Annie M.G. Schmidt.
  • Voer een kringgesprek en vraag de kinderen of zij ook wel spinnenwebben in huis hebben gezien. Met of zonder spin?
  • Bespreek met de kinderen waar spinnen buitenshuis hun webben aan vast maken.
  • Vertel dat je een liedje over een spin kent en zing het lied Spinnetje Kruis voor.
Zingen
  • Zing het lied Spinnetje Kruis nog een keer. Geef de kinderen vooraf een luistervraag: ‘Waaraan maakt de spin zijn web vast in de boom?’.
  • Zing het lied hierna nog een keer en stel vooraf de luistervraag: ‘Hoe maakt een spin een web vast ‘in het raam’?’.
  • Tenslotte stel je de luistervraag: ‘Waarvan maakt de spin haar web?’. En zing het lied.

Het stellen van luistervragen maakt de kinderen bewust van de inhoud van het lied. Daarbij verrijk je de woordenschat van de kinderen. Zo kan je tijdens het aanleren van het lied het woord ‘weven’ uitleggen.

  • Het stellen van de luistervragen wissel je af met het voorzingen van het lied. Oók als een kind een goed antwoord geeft kan je het lied nog eens voorzingen ter bevestiging van het antwoord. Voor het aanleren van het lied is het namelijk van belang dat de kinderen het lied meerdere keren aandachtig beluisteren.
  • Zing het lied tenslotte samen met de kinderen
spinnetje-kruis
Tekst en melodie: M. Oosting-Bender
Luistervoorbeeld
Bewegen als spinnetjes

Deze lesactiviteit geef je in een ruim lokaal of het kleuterspeellokaal. 

  • Geef de kinderen de opdracht om een eigen plekje in de ruimte te zoeken (niet ergens op, onder of achter!).
  • Neem het bekken of de triangel in je hand.
  • Geef de kinderen de opdracht om goed te luisteren naar de klank van het instrument dat je gaat aanslaan. Vertel ze dat ze, zo lang ze de klank kunnen horen, op hun tenen (‘zo zacht als spinnenvoetjes’) door het (speel)lokaal lopen. Dus als de klank niet meer te horen is staan de kinderen weer stil.
  • Herhaal dit enkele keren zodat de kinderen steeds preciezer leren luisteren en bewegen.
  • Pas dezelfde luister- en bewegingsopdracht toe voor het middellang klinkende instrument (klankstaaf of klokkenspel).
  • Bespreek na afloop of de kinderen hebben opgemerkt bij welk instrument ze het langst konden lopen.

Tot hier is deze les is geschikt om ook met kleuters uit te voeren. 
Het vervolg van deze les is geschreven voor  groep 3 (en eventueel groep 4).

Draden spinnen

In dit lesonderdeel beeld je de toonduur van de muziekinstrumenten uit met draden.

  • Neem de knot wol en de schaar in je handen.bollen-wol
  • Vertel dat je de klank van het bekken/de triangel met een draad gaat uitbeelden.
  • Rol de knot wol tot ca. 1 meter uit en knip dit af. Deze draad leg je mooi recht neer op de vloer.
  • Vraag de kinderen je nu te helpen in het bepalen van de lengte van de draad voor de klank van de de klankstaaf/het klokkenspel. Stukje bij beetje rol je de knot wol af en hou je contact met de kinderen:
    – hoe lang duurde de klank die je gehoord hebt?
    – hoe ver kon je lopen tijdens deze klank?
    – hoeveel draad heb ik nodig om de klank te laten zien? (Een richtlijn voor de lengte van deze draad is 15 à 20 cm.)
  • Knip de draad af en leg deze in het verlengde van de lange draad op de grond.
  • Geef 2 kinderen de muziekinstrumenten.
  • Het kind met het bekken/de triangel mag 1 slag (!) op het instrument geven. Jij volgt vervolgens met je vinger of een stokje de lange draad zo lang de klank voortduurt.
  • Daarna slaat het andere kind 1x (!) op de de klankstaaf/het klokkenspel en je wijst mee langs de korte draad.
Muziekstuk
  • Breid de ‘dradenmuziek’ uit met in totaal 3 lange draden en 6 korte draden. Leg ze in elkaars verlengde op de grond, goed zichtbaar voor de kinderen.
    Breng variatie aan in het patroon. Bijvoorbeeld:
    _________   ___   ___   _________    ___   _________   ___   enz.
  • Geef 2 kinderen de muziekinstrumenten. Wijs in een rustig tempo langs het dradenpatroon. Het kind met het bekken/de triangel geeft 1 slag (!) op het instrument. Jij volgt vervolgens met je vinger of een stokje de lange draad zo lang de klank voortduurt. Je wijst de daaropvolgende draad pas aan als het bekken/de triangel is uitgeklonken.
  • Ook bij de kortere draden blijf je de draad aanwijzen zo lang het instrument klinkt. Je wijst de daaropvolgende draad pas aan als het instrument is uitgeklonken.
  • Verander het dradenpatroon telkens een beetje en laat steeds 2 andere kinderen de patronen instrumentaal uitvoeren.
  • Geef ook eens enkele kinderen de opdracht om een nieuwe ‘dradenmuziek’ te componeren. Deze kinderen mogen de draden in een andere volgorde neerleggen.

1 reactie op “Spinnetje Kruis”