Thema: Sinterklaas.
Inhoud: In beide lessen heb je ruimte nodig om de kinderen rond te laten lopen. Gebruik daarvoor een ruim lokaal zoals het kleuterspeellokaal. In de 1e les raden de kinderen wie er op het dak loopt. Zijn het de rustige stappen van het paard? Zijn het de voorzichtige stappen van de Sint? Of rent er een drukke Piet over het dak? De kinderen reageren op het tempo van de 3 verschillende instrumenten en zijn zelf het paard, de Sint of die vlugge Piet! De handpoppen of afbeeldingen van het paard, de Sint en de Piet helpen hen daarbij. Aan het eind van deze les kunnen de kinderen het lied Stip Stap, wie loopt er op het dak? zelfstandig zingen.
In de 2e les combineren de kinderen de ritmekaarten [achtste noten / kwartnoten / halve noot] met de 3 personages en de instrumenten en leren daarmee het verschil in toonduur van de notenwaarden. Aan het eind van deze les herkennen de kinderen de 3 ritmes op de ritmekaarten en voeren deze al rondgaand uit.
Materialen (inbegrepen):
1. Bladmuziek: Wie loopt er op het dak?
2. Luistervoorbeelden: Wie loopt er op het dak?
3. Lesmaterialen: Ritmekaarten achtste noten / kwartnoten / halve noot
Zelf toevoegen:
1. Afbeeldingen of handpoppen van Sinterklaas, Piet en het paard.
2. Instrumenten: Trommel / klein bekken / woodblock




