Thema: Pasen; paashaas; paasei; kleuren.
Inhoud: Beide lessen geef je in een ruim lokaal of in het kleuterspeellokaal. In de 1e les speelt de leerkracht op een staafinstrument losse en gebonden klanken. De kinderen zetten deze klanken om in een verfbeweging met hun lint over de grond in de hoepel. Zij versieren als het ware de paaseieren. Daarbij zingt de leerkracht het lied Het geheim van de Paashaas. Aan het eind van deze les kunnen de kinderen het lied Het geheim van de Paashaas zelfstandig zingen.
In de 2e les vormen de hoepels een toonladder. De hoepels vormen hierbij een visuele en ruimtelijke weergave van de staven op het staafinstrument. De kinderen krijgen om beurten de opdracht om door de hoepels te lopen, terwijl andere kinderen dit meespelen op het staafinstrument. De kinderen leren in deze les, met het staafinstrument en de hoepels als visueel hulpmiddel, hoge-, lage- en midden-tonen onderscheiden.
Materialen (inbegrepen):
1. Bladmuziek: Het geheim van de Paashaas
2. Luistervoorbeeld: Het geheim van de Paashaas
Zelf toevoegen:
1. staafinstrument: klokkenspel, xylofoon of metallofoon
2. lintenstokken (1 voor ieder kind)
3. 11 hoepels














